Warmtepomp · Welk vermogen warmtepomp heb je nodig?
Welk vermogen warmtepomp heb je nodig?
Het benodigde vermogen bepaal je uit de warmtevraag van je huis, niet uit de grootte van je oude cv-ketel. Een te grote warmtepomp is duurder, gaat vaker kort aan en uit (pendelen) en draait daardoor juist minder zuinig.
Vuistregels voor het vermogen
| Vuistregel uit gasverbruik | gasverbruik (m³) ÷ 1650 × 8 ≈ benodigd kW bij -10°C, mits je normaal stookt |
| Omgekeerde controle | vermogen × ± 1.800 uur ≈ je jaarlijkse warmtevraag in kWh (÷ 8,8 voor kuub gas) |
| Nauwkeurig | warmteverliesberekening door de installateur |
| Te groot gekozen | meer pendelen, lager rendement, hogere prijs |
| Vergeten spec | het mínimale vermogen: hoe lager, hoe rustiger hij in het tussenseizoen draait |
| Meetconditie | vraag bij welke buitentemperatuur het opgegeven vermogen geldt; dat verschilt per merk |
| Rond het vriespunt | reken met ongeveer 20 bruikbare uren per etmaal in plaats van 24, door ontdooicycli |
Bron: Milieu Centraal · geverifieerd 22 juli 2026. Modelaannames: zie de methode.
Kijk naar de warmtevraag, niet naar de ketel
Een cv-ketel is vaak 24 kW, terwijl je huis maar 5 tot 8 kW nodig heeft. Een warmtepomp stem je af op de werkelijke warmtevraag. Een veelgebruikte vuistregel: deel je jaarlijkse gasverbruik door 1650 en vermenigvuldig met 8, dan heb je grofweg het benodigde vermogen bij -10°C. Doet de warmtepomp ook je warme tapwater, tel dat gasverbruik dan mee; komt er een losse warmtepompboiler, reken dan alleen met het verwarmingsdeel. Voor een echte keuze laat je een warmteverliesberekening maken.
De vuistregel gaat uit van een normaal gestookt huis
Hier zit een aanname in die zelden wordt uitgesproken. Die 1650 kuub bij 8 kW komt neer op ongeveer 1.800 vollasturen, en dat hoort bij een huis dat het hele stookseizoen op een normale temperatuur wordt gehouden. Stook je met flinke nachtverlaging, alleen een paar uur per dag, alleen de kamers waar je zit, of heb je de thermostaat jarenlang laag gehouden om de rekening te drukken, dan is je gasverbruik lager dan de warmtevraag van je huis, en geeft de vuistregel een te klein antwoord. Doe daarom de omgekeerde controle. Vermenigvuldig het uitgerekende vermogen met zo'n 1.800 uur en deel door 8,8, dan heb je het gasverbruik dat bij dat vermogen hoort. Ligt dat ver boven wat je werkelijk verbruikt, dan zit het verschil in je stookgedrag en niet in een rekenfout.
Het getal in de modelnaam betekent per merk iets anders
Dit is de valkuil die het vaakst tot een veel te grote warmtepomp leidt, en hij is met één vraag te ontmantelen. Fabrikanten zetten een vermogen in de typeaanduiding, maar ze meten dat niet allemaal bij dezelfde buitentemperatuur. Vaillant geeft de aroTHERM plus VWL 75 in zijn eigen technische fiche op als 7,0 kW bij A-7/W35, dus bij zeven graden vorst. Weheat noemt de Flint 6 kW, maar dat is de waarde bij A7/W35, dus bij zeven graden bóven nul; bij A-10/W35 geeft Weheat zelf 4 kW op. Twee toestellen die op papier bijna hetzelfde heten, leveren op een vriesnacht dus bijna twee keer zoveel verschil. Vraag daarom altijd bij welke buitentemperatuur het genoemde vermogen geldt, en vergelijk merken uitsluitend op hetzelfde meetpunt.
Waarom die verwarring je een te grote machine in praat
De redenering die je dan te horen krijgt klinkt logisch en is toch fout. Iemand rekent uit dat je woning 7 kW vraagt, ziet dat het aangeboden toestel bij vorst nog maar 4,3 kW overhoudt, en biedt vervolgens de grote broer van 15 kW aan. Wat er in werkelijkheid gebeurt, is dat het eerste toestel gewoon geen 7 kW-toestel wás: het was een 7 kW-bij-plus-zeven-toestel. De oplossing is niet een dubbel zo zware machine kopen, maar een toestel zoeken dat de benodigde kilowatts levert op de temperatuur waar het om gaat. Zeg dus niet ik heb 15 kW nodig omdat er bij vorst te weinig overblijft, maar ik heb een toestel nodig dat bij vorst 7 kW levert. Dat is dezelfde eis, en hij leidt tot een veel kleinere en zuinigere warmtepomp.
Rond het vriespunt levert hij minder dan het datablad belooft
Er is nog een reden waarom het opgegeven vermogen optimistisch is, en die zit niet in de tabel. Bij vochtig weer rond het vriespunt bevriest de buitenunit en moet hij zichzelf regelmatig ontdooien. Tijdens zo'n ontdooicyclus levert hij geen warmte aan je huis maar haalt hij die er juist uit. Eigenaren die het hebben gemeten komen bij dat weer uit op een ontdooiing van ongeveer acht minuten per drie kwartier, plus op- en aftoeren, wat neerkomt op grofweg een vijfde van de tijd. Het onaangename is dat dit niet gebeurt op de koudste dag, maar juist bij een kwakkelwinter van rond de twee graden met mist. Dat is dan ook het weer waarop je moet dimensioneren en niet de zeldzame strenge vorstdag. Reken daarom met ongeveer twintig bruikbare draaiuren per etmaal in plaats van vierentwintig, waarvan er ook nog eens een naar warm tapwater gaat.
Een tweede manier om je warmtevraag te toetsen: graaddagen
Wil je de vuistregel controleren met je eigen meterstanden, dan is de graaddagenmethode nauwkeuriger dan één koude dag meten. Je pakt een aaneengesloten koude periode, zoekt het aantal graaddagen op voor die periode en deelt je gasverbruik daardoor. Een praktijkvoorbeeld uit een forumdraad: 88,2 kuub over 251,7 graaddagen komt neer op 0,35 kuub per graaddag, wat bij een gemiddeld jaar van zo'n 3.000 graaddagen uitkomt op ruim 1.000 kuub per jaar, en bij tien graden vorst op ongeveer 10,5 kuub per etmaal. Let wel op dezelfde valkuil als bij de vuistregel: stook je met verlaging en niet in alle kamers, dan is de gemiddelde temperatuur in je woning lager dan je thermostaat aangeeft en schat het model te laag. Corrigeer dan met een realistische gemiddelde huistemperatuur.
Een warmtepomp neemt dat voordeel juist weg
En dit is precies waarom je op zo'n laag verbruik niet mag afschalen. Een cv-ketel kun je zes uur per dag aanzetten en de rest van de tijd het huis laten afkoelen. Een warmtepomp draait continu op één temperatuur, want snel opstoken na een verlaging kan hij niet. Je warmtevraag schuift daarmee omhoog naar wat een warmteverliesberekening zegt, terwijl er niets aan je huis verandert. Wie zich hierin herkent gebruikt het getal uit zijn gasverbruik dus als ondergrens en niet als uitkomst, en laat een warmteverliesberekening per ruimte maken. Reken er tegelijk op dat je stookkosten hoger uitvallen dan een simpele omrekening van je oude gasverbruik doet vermoeden, want je verwarmt straks meer uren en meer ruimtes.
Waarom niet ruim kiezen
Een te grote warmtepomp kan niet ver genoeg terugmoduleren en gaat kort aan en uit (pendelen). Dat kost rendement, comfort en levensduur. Liever iets krapper dan te ruim, zolang het afgiftesysteem het minimale vermogen kan wegzetten.
De subsidie beloont juist een te grote pomp
Een scheefheid die veel mensen op het verkeerde been zet. De ISDE voor een volledige warmtepomp loopt op met het vermogen, indicatief een basisbedrag van € 1.025 plus € 225 per kW, dus een groter toestel krijgt meer subsidie. Vergelijk je offertes op de prijs ná subsidie, dan komt de te grote machine er systematisch beter uit dan hij is. Een toestel van 16 kW kan ruim € 4.000 aan subsidie trekken waar een passende 7 kW rond de € 2.600 zit, dus een brutoverschil van een paar duizend euro krimpt netto tot een paar honderd. Kijk daarom naar de brutoprijs en naar de pasvorm, en bedenk dat die extra subsidie eenmalig is terwijl een te grote pomp elk jaar rendement kost door pendelen. Vraag per offerte de meldcode van het toestel met het exacte subsidiebedrag erbij, dan vergelijk je gelijke dingen.
Let op het vermogen bij -10°C
Het vermogen op het typeplaatje geldt bij gunstige omstandigheden. Wat telt is het afgiftevermogen op de koudste dag, rond -10°C. Vraag daar in de offerte expliciet naar.
De vergeten spec: het minimale vermogen
Iedereen kijkt naar het maximum, maar het mínimale vermogen (bij een graad of 10 tot 15 buiten) bepaalt hoe de warmtepomp het grootste deel van het jaar draait. De compressor kan niet oneindig langzaam; is het minimum hoger dan wat je huis in het tussenseizoen vraagt, dan gaat hij pendelen. Een lager minimum is dus beter. Dit verklaart ook waarom twee toestellen van hetzelfde merk met verschillend maximum vaak dezelfde ondergrens hebben: het grotere model is dan vooral extra reserve, zonder nadeel bij deellast. Check het in het datasheet, niet in de folder.
Reken je warmtepomp door → of doe de kiesgids: welke past bij mij.
Meer over warmtepompen
Veelgestelde vragen
Betekent 7 kW bij elke warmtepomp hetzelfde?
Nee, en dat is een dure misvatting. Fabrikanten meten het opgegeven vermogen niet allemaal bij dezelfde buitentemperatuur. Vaillant geeft de aroTHERM plus VWL 75 op als 7,0 kW bij A-7/W35, dus bij zeven graden vorst. Weheat noemt de Flint 6 kW, maar dat is bij A7/W35, dus zeven graden boven nul; bij tien graden vorst geeft Weheat zelf 4 kW op.
Vraag dus altijd bij welke buitentemperatuur het getal geldt en vergelijk merken alleen op hetzelfde meetpunt.
Mijn installateur zegt dat ik een veel grotere warmtepomp nodig heb omdat er bij vorst te weinig overblijft. Klopt dat?
Zelden. Wat er meestal aan de hand is, is dat het eerste toestel zijn vermogen bij plus zeven graden opgeeft en niet bij vorst. Dan koop je geen te kleine machine maar een verkeerd gelezen datablad. Formuleer je eis daarom op de temperatuur die telt: ik heb een toestel nodig dat bij vorst zoveel kilowatt levert.
Dat leidt bijna altijd tot een kleiner en zuiniger toestel dan de grote broer die wordt aangeboden, en een te grote warmtepomp kost je elk jaar rendement door pendelen.
Op welke buitentemperatuur moet ik mijn warmtepomp dimensioneren?
Niet op de zeldzame strenge vorstdag. Het lastigste weer voor een lucht-waterwarmtepomp is vochtig weer rond het vriespunt, want dan bevriest de buitenunit en moet hij regelmatig ontdooien. Tijdens die ontdooiing levert hij geen warmte maar haalt hij die uit je systeem. Eigenaren die het maten komen bij dat weer op grofweg een vijfde verlies aan draaitijd. Reken daarom met ongeveer twintig bruikbare uren per etmaal in plaats van vierentwintig.
Welk vermogen warmtepomp heb ik nodig?
Stem het af op de warmtevraag van je huis, niet op je oude ketel. Een vuistregel is gasverbruik ÷ 1650 × 8 voor het vermogen bij -10°C; een warmteverliesberekening is nauwkeuriger.
Ik stook zuinig, dus mijn gasverbruik is laag. Kan ik een kleinere warmtepomp nemen?
Nee, en dat is een veelgemaakte fout. Een laag verbruik door nachtverlaging, korte stookuren of een lage thermostaat zegt iets over je gedrag en niet over je huis. Een warmtepomp draait continu op één temperatuur en kan niet snel opstoken na een verlaging, dus je warmtevraag stijgt naar wat een warmteverliesberekening zegt. Gebruik het getal uit je gasverbruik dan als ondergrens en laat een berekening maken.
De vuistregel en de warmteverliesberekening geven heel andere getallen. Wie heeft gelijk?
Meestal is geen van beide fout. Reken terug: het vermogen uit de berekening maal ongeveer 1.800 uur, gedeeld door 8,8, geeft het gasverbruik dat bij dat vermogen hoort. Zit dat ver boven je werkelijke verbruik, dan verklaart je stookgedrag het verschil en is de berekening de betrouwbaardere van de twee. Vraag hem wel per ruimte, want dan zie je ook welke kamer de zwakste is.
Is een grotere warmtepomp beter?
Nee. Een te grote warmtepomp pendelt (gaat kort aan en uit), draait minder zuinig en is duurder. Kies op de werkelijke warmtevraag.
Krijg ik meer ISDE-subsidie voor een grotere warmtepomp?
Ja, het bedrag loopt op met het vermogen. Dat klinkt gunstig maar het vertekent je vergelijking, want op de prijs ná subsidie komt een te grote pomp er beter uit dan hij is. Vergelijk op de brutoprijs en op de pasvorm; de extra subsidie is eenmalig en het pendelen kost je elk jaar.
Wat betekent het vermogen bij -10°C?
Het afgiftevermogen op de koudste dag. Dat is bepalender dan het getal op het typeplaatje; vraag ernaar in de offerte.
Waarom is het minimale vermogen belangrijk?
Omdat de warmtepomp het grootste deel van het jaar op deellast draait. Is het minimum hoger dan de warmtevraag in het tussenseizoen, dan pendelt hij en zakt het rendement. Een lager minimaal vermogen (te vinden in het datasheet) is beter.
Indicatie, geen persoonlijk advies. De werkelijke besparing en het rendement hangen af van je woning en installatie. Zie de methode.
Ontdek verder
Isolatie
Een warmtepomp werkt het best bij een lage warmtevraag. Isoleer daarom eerst.
Bekijk isolatie →Zonnepanelen
Eigen zonnestroom verlaagt de stroomkosten van je warmtepomp.
Bekijk zonnepanelen →Subsidies en regelingen
Actueel overzicht van ISDE, BTW-regels en leningen voor verduurzaming, met bron en datum.
Bekijk subsidies →Warmtepomp of gas?
Cv-ketel houden, een airco erbij, hybride of volledig van het gas af: totale kosten over 15 jaar én de investering per route, inclusief ISDE en ketelvervanging.
Vergelijk de vier routes →Warmtepompboiler
Warm tapwater zonder gas: reken de besparing van een warmtepompboiler ten opzichte van de cv-ketel uit.
Bekijk warmtepompboiler →Airco
Koelen in de zomer, verwarmen in de winter: een airco is een lucht-lucht warmtepomp die als hoofdverwarming van een kamer flink gas bespaart.
Bekijk airco →Begrippen: Warmtepomp · COP en SCOP · Stooklijn · Moduleren en pendelen · Monoblock en split · Lagetemperatuurverwarming (LTV) · hele kennisbank
Liever rekenen dan lezen? Naar de warmtepomp-rekentool →